‘Samenwerken tussen gemeenteraden is geen vanzelfsprekendheid’

Een gesprek met Ronald de Vries, griffier van Westvoorne

Gemeenten moeten samenwerken. Of dat nu uit liefde of door nood gedwongen is, steeds meer gemeenten zoeken elkaar op om tot uitvoering van haar wettelijke en wenselijke taken te komen. In regio’s, gezamenlijke aanbestedingen of zelfs fusies van ambtelijke apparaten.

Maar hoe intensief de samenwerking tussen ambtelijke apparaten ook is geregeld, hoe zit het dan met de samenwerking tussen de raden? Komen de volksvertegenwoordigende organen ook tot elkaar? Ronald de Vries, griffier van Westvoorne, zit midden in het proces van gemeentelijke samenwerking met buurgemeenten Hellevoetsluis en Brielle. Hij geeft zijn beschouwing én tips voor de raad.

Van fusie geen sprake
Als eilandgemeente ben je al gauw op elkaar aangewezen. Wellicht speelde dat mee, toen op Goeree-Overflakkee de vier gemeenten op het eiland in 2013 samen gingen. Een eiland noordelijker, op Voorne, wil men niet zo ver gaan. De gemeenten Hellevoetsluis, Brielle en Westvoorne hebben besloten de ambtelijke samenwerking op te zoeken, maar verder dan dat wil geen van de drie gemeenteraden gaan. Van een fusie is geen sprake, klinkt het resoluut.

 

Dat neemt niet weg dat er veel voor de volksvertegenwoordigers verandert. Misschien zelfs wel meer dan bij een herindeling. Vooral in haar kaderstellende rol is het hoogste orgaan ineens afhankelijk van de wensen van andere raden. Daar zal ook de raad aan moeten werken, meent griffier De Vries. ‘Ik denk dat samenwerken tussen raden geen vanzelfsprekendheid is.’

Raadsinitiatief
Volgens De Vries is een belangrijk verschil dat op Voorne het initiatief van de samenwerking bij de volksvertegenwoordigers zélf vandaan kwam. ‘De relatie tussen de drie raden is vorig jaar intensiever geworden door een initiatief van de gezamenlijke fractievoorzitters. Zij hebben de colleges onder druk gezet om werk te maken van samenwerking.’ Al was ook de noodzaak daarvan een oorzaak. Nog vorig jaar fuseerde de buurgemeenten Spijkenisse en Bernisse. Het H-woord viel ook al snel in Westvoorne, Brielle en Hellevoetsluis. Tot ongenoegen van veel volksvertegenwoordigers. ‘De dreigende herindeling zette de fractievoorzitters rond de tafel.’

 

Leidt dat ook tot andere raadsvergaderingen? ‘Bij de besluitvorming over het beleid op bijvoorbeeld de gedecentraliseerde taken is het niet van invloed geweest,’ erkent De Vries. Vooral omdat de taken door één van de gemeenten worden uitgevoerd. ‘Wellicht dat het in de toekomst meer gaat spelen,’ oppert De Vries, al is het maar bij de vraag hoever de gemeenten gaan in een eventuele ambtelijke fusie.’

Samen moet nog komen
Toch merkt De Vries één klein verschil. ‘De mogelijkheid van ambtelijke samenwerking wordt steeds meer als argument genoemd in de raad.’ Het gemak om dingen samen met de buurgemeenten te doen, komt de raad goed uit. ‘Vaker wordt er ‘voorgesorteerd’ op een ambtelijke fusie.’

 

De inhoudelijke afstemming tussen raden lijkt eigenlijk nog op gang moeten komen. ‘Fracties van de landelijke partijen hebben onderling contact. Lokale partijen hebben dit inmiddels ook georganiseerd.’ Ook treffen de raden elkaar gezamenlijk. Zelfs op structurele basis. ‘Een klankbordgroep van raadsleden organiseert samen met de griffiers drie keer per jaar een bijeenkomst voor de raden.’ Overigens maken raadsleden uit Nissewaard ook deel uit van deze groep.

Eigenstandige verantwoordelijkheid
De Vries hoopt daarmee dat de raden elkaar ook inhoudelijk meer leren te betrekken. ‘Dat zal lastig blijven,’ erkent hij. ‘Als de belangen van meerdere gemeenten gelijk zijn, is afstemming eenvoudig. Maar als de raden het niet met elkaar eens zijn, wordt dat moeilijk. Gemeenteraden hebben immers een zelfstandige verantwoordelijkheid naar hun inwoners. Daarboven speelt ook nog de afstemming tussen de verschillende fracties van dezelfde landelijke partijen.’ Met klem benadrukt de griffier dat niemand, ook een college niet, die afstemming bij een raad af kan dwingen. ‘Komen met ‘dreigende’ informatie werkt niet. Althans, het werkt averechts.’

Maar staan de gezamenlijk kaderstellende raden niet sterker? ‘Op het kaderstellende niveau is het lastig om tot afstemming te komen. In gezamenlijkheid komen tot echte keuzes, waar een gemeente dus ook echt inhoudelijk iets inlevert ten gunste van een andere gemeente, wordt nog op lange termijn geschoven.’ Dat weten de raden zo langzamerhand ook wel. ‘Het bewustzijn daarover groeit,’ voegt de griffier toe.

Eigen kaders eerst
Volgens De Vries levert de samenwerking nieuwe vragen op. ‘Kunnen raden nog eigen kaders stellen of worden die min of meer opgedrongen door het samenwerkingsverband?’ Bestuurlijke vraagstukken waar geen eenduidig antwoord op is te geven. ‘Is de oplossing één grote raad daarboven stellen? Dus naast een ambtelijke fusie ook een bestuurlijke herindeling?’ Een maatwerkoplossing is er niet. ‘Iedere regio is weer anders. Een bestaande samenwerkingsvorm kopiëren uit een ander gebied, werkt ook niet.’

 

Net als de dualisering, is boven-strategische samenwerking iets waar bestuurlijk Nederland nog aan moet wennen. ‘Wat griffiers kunnen doen, is informatie verstrekken. Inhoudelijke informatie over de problematiek en informatie over gevolgen indien er niet tot afstemming wordt gekomen,’ tipt De Vries. En een beetje coachen kan ook. ‘Prikkel de raadsleden. Zij wilde zelf samenwerken, dus stel hen de vraag eens waarom ze dat zo graag wilden.’

Cookie instellingen

Periklesinstituut maakt gebruik van cookies en vergelijkbare technieken voor functionele en analytische doeleinden. Meer informatie over deze verwerking van (persoons)gegevens kunt u vinden in de privacyverklaring.

Privacybeleid | Sluiten
Instellingen